BLOG: Over de zin van een retraite.

IMG_2604klein

“Waarom?”,

was impliciet en expliciet de meest gestelde vraag toen ik afgelopen zomer aan mijn omgeving liet weten dat ik op een zenboeddhistische stilteretraite, een sesshin, ging. Goedbedoelde wensen als ‘succes!’, ‘sterkte’, en ook ‘relaxze!’ waren ook veelgehoord. Misschien ook begrijpelijke reacties, want ja, wat houdt dat nu eigenlijk in, een retraite? En waarom zou je in hemelsnaam bijna acht uur per dag in stilte op een kussentje verkeren?

Voor mijzelf was het logisch. Ik keek er zelfs naar uit. Oké, toegegeven, er waren ook wat zenuwen. Het was namelijk mijn eerste. Dus écht weten wat me te wachten stond, wist ik niet. Wel wist ik dat iedere ochtend, voor vijf dagen lang, om vijf voor vijf de gong van het boeddhistische zenklooster in Uithuizen ging, om een strak dagschema in te luiden van meditatie, boeddhistische diensten, samu (werken in aandacht), dharma talks en rituele maaltijden (oryoki). Op zich best een uitdaging, maar niet onoverkomelijk. 

“Wat was er dan logisch aan?”, vroeg ik me af. Wat maakte dat alleen al bij de gedachte aan deze vijf dagen, mijn hart een sprongetje van blijdschap maakte? Misschien was juist wel het feit dat het niet lógisch was hetgene dat voor die blijdschap zorgde. Het woord ‘logisch’ is gebaseerd op het Griekse woord ‘λόγος’ (lógos), dat ‘rede’, ‘ratio’ of ‘woord’ betekent. De logische, rationele wereld is de wereld waar we ons over het algemeen gezamenlijk in bevinden. Het is de wereld van oplossingen, van antwoorden, van ‘voor-wat-hoort-wat’, oorzaak en gevolg. Er zijn normen, waarden, regels: sociale conventies. Over het algemeen werkt dat goed, vooral in een groep of maatschappij: er is een gezamenlijke overeenstemming van wat goed en fout is, van wat hoort en wat niet hoort. Hierdoor vormt zich een zekere voorspelbaarheid, een veiligheid, zo je wilt. En toch is die veiligheid gedeeltelijk een schijnveiligheid. Hij is namelijk eindig. Hij is afhankelijk van voorwaarden. Want wat te doen in situaties, waarin er geen oplossing is? Geen quick-fix? Of er komt iemand anders die diens logica op andere voorwaarden heeft gevormd, die haaks staat op de jouwe? Relaties gaan over, succes kan en zal zich keren, en mensen gaan dood. Shit. Daar sta je, met je zo zorgvuldig opgebouwde logische verhaal. Over hoe het hoort, je leven, hét leven. Met lege handen. Wat nu? 

Je kan vluchten. Zeker. In werk, je gezin of je partner. In seks, cannabis, alcohol of andere verdovende middelen. In hobby’s, sport, en ja zelfs in een spirituele beoefening (dat is een onderwerp voor een andere keer). Maar wat als je blíjft? Je opent voor alles wat deze ogenschijnlijk oneindige catastrophe je op een bordje voorschotelt. Dat wat je niet wilt zien, en oh nee, NIET wilt voelen. Wat als pijn geen issue is? Wat als je je blijft zitten, observeren en voelen, je door je heen laat komen wat er door je heen wil komen. Je je overgeeft aan dat wat is. Nu. En je breekpunt uiteindelijk je doorbraak blijkt.

Tijdens een retraite doe je niets anders dan dat. Je blijft. Zitten met alles wat je lichaam en je geest ‘jouw’ kant op gooit. Herinneringen van een week geleden of juist jaren geleden, details die je op dat moment zelf ontgaan waren. Gevoelens, bestemd of onbestemd. Beelden van herkenbare en niet-herkenbare vorm. Het komt op, blijft voor bepaalde tijd en gaat weer. En jij blijft. Het is alsof je in een kolkend vat verandert, waarvan uiteindelijk niet meer duidelijk is waar dat vat begint en waar het eindigt. De sesshin als een snelkookpan, dat was de metafoor die destijds in me opkwam. Een pan die in no-time al de ingrediënten kookt tot verteerbare voeding. Dat uiteindelijk voor energie en kracht, voor voeding, zal zorgen. De ecologische cyclus van emoties. Uiteindelijk volgt dan de onvermijdelijke vraag: wie of wat is het nu dat dat alles waarneemt?

Ik herinner me een moment uit mijn verleden. We hadden net één van mijn grootouders begraven. Ik weet niet meer wie, opa of oma. Het was van mijn moeders kant. Wel weet ik dat het een prachtige dag was. We liepen van het kerkhof door het Pastoorse Bos terug naar de kerk, en te midden van de alles overweldigende teneergeslagenheid, het verdriet, was het daar ineens: een schittering. Ik keek naar de bomen en de zon die de bladeren raakte. Of eigenlijk niet eens naar iets in het bijzonder. And then it hit me: de uitzonderlijke schoonheid van alles om me heen. In een stilte. Temidden van die catastrophe. Ik was thuis.

Wanneer we getroffen worden door alles dat we niet willen. Dan vechten we daartegen. We willen het niet zien, en zeker niet voelen. We worden boos, willen dat dingen anders zijn dan ze zijn. We zijn mens. We verzetten ons tot de laatste snik, en daar is niks mis mee. Maar. En hier komt de tegenstelling. Verandering komt pas als we hetgene dat we willen veranderen eerst volledig accepteren zoals het is. Verandering komt, vanzelf en van binnenuit, als we hebben doorvoeld waar we ons zo tegen verzetten. Je zou het transformatie kunnen noemen. Als we de dingen willen óplossen, begrijpen, en het willen veranderen zonder het te doorvoelen, dan doen we onszelf tekort. We beroven onszelf van het in contact komen met een dieperliggende gevoelslaag die alleen maar gevoeld wil worden, niet eens zozeer begrepen. Van een les die we pas leren als we datgene onder ogen komen dat zich in ons afspeelt. Zonder oordeel. Datgene dat gezien, gevoeld, wil worden. En dat, eens gezien, voor een begrip en aanvaarding zorgt die de logica overstijgt. En het hart opent. Om te ervaren dat alles goed is zoals het nu is.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.